De belangrijkste dingen die ik leerde van mijn burn-out

maandag, december 3, 2018 0 Permalink 0

Begin dit jaar kreeg ik de stempel ‘burn-out’ opgeplakt, na maandenlang met ernstige angstgevoelens en slapeloosheid rond te hebben gelopen. Voor mij was het, ondanks dat er daarna nog een loodzwaar hersteltraject om de hoek kwam kijken, een keerpunt. Sinds die stempel ben ik me 1000% beter gaan voelen. 

Ik zocht destijds wanhopig naar verhalen van mensen die positief uit een burn-out waren gekomen, omdat ik me op dat moment absoluut niet kon voorstellen dat ik me óóit weer ‘mezelf’ zou gaan voelen. Ik was angstig, neerslachtig, regelmatig in paniek, zag wazig, was duizelig en kon me totaal niet concentreren. Hoe kon dit ooit goed komen? Maar: dat kwam het wel. Gelukkig maar. Ik heb de afgelopen maanden (bijna een jaar) enorm veel over mezelf geleerd en ondanks dat ik mijn burn-out niet als mijn beste vriend zie (ik had die waardevolle levenslessen liever zonder pure paniek geleerd), kan ik inmiddels voorzichtig wel waarderen wat het mij uiteindelijk heeft gebracht.

  1. Het ALLER, aller, ALLER belangrijkst: ik heb geleerd dat het oké is om me soms rot te voelen. Het klinkt misschien als een ontzettende open deur, maar ik heb altijd gedacht dat het leven voornamelijk leuk was en dat negatieve emoties er waren om weggedrukt te worden. Voelde ik me angstig, dan ging ik daartegen in gevecht, want oh shit, zó wilde ik me niet voelen! En wat was ik toch een loser om me voor niks bang te voelen. Ook verdriet en somberheid probeerde ik te verdrukken.
    Ik ben er inmiddels achter dat het vele malen makkelijker is om te accepteren dat ik soms nu eenmaal ook mindere dagen heb. Ik probeer nu te lokaliseren waar de emotie in mijn lichaam voelbaar is en laat dat gevoel er zijn. ‘Oké dan, ik ben weer angstig. Het voelt alsof mijn maag samen geknepen wordt. Ik word momenteel niet besprongen door een woeste tijger, dus de angst is ongegrond, maar hij mag er wel zijn. Ik vertrouw erop dat ik me vast snel weer beter voel.’
  2. Ik weet nu dat het belangrijk is om EERST voor mezelf te zorgen, zodat ik daarna goed voor anderen kan zorgen. Ik ben altijd al een zorgzaam type geweest, maar sinds de geboorte van mijn kinderen ben ik daarin doorgeslagen. Vaak at ik voor het eerst pas om 3 uur ’s middags, omdat ik de rest van de dag veel te druk bezig was met het voeden en verzorgen van mijn kinderen. Om maar even een voorbeeldje te noemen… Ik merk nu dat ik (haha ja logisch dus) meer energie heb om voor ze te zorgen, als ik ook mezelf heb verzorgd. En dat geldt dus ook op het psychische vlak. Nu ik meer ruimte maak voor mezelf, mijn eigen wensen en plezier, heb ik ook oprecht veel meer zin en energie om leuke dingen met de kleintjes te doen.
  3. Ik vind het met terugwerkende kracht bizar dat het nooit tot me door is gedrongen hoe enorm belangrijk het is om te ontspannen. Natuurlijk is het druk als je een verantwoordelijke baan wilt combineren met twee kinderen in de tropenjaren en daarnaast je relatie leuk wilt houden én een sociaal leven onderhoudt. Niet alleen gezonde voeding en een handjevol vitaminepillen houden je dan op de been, maar tijd voor jezelf en datgene doen waar je zelf van kan opladen, dát is heel belangrijk. Toen mijn psycholoog me begin dit jaar vroeg ‘Maar Betty, waar ontspan jij nu eigenlijk van?’ kon ik echt NIKS bedenken. Ik ging, met mijn lichaam vol adrenaline, maar in een warm bad zitten, omdat ik verder niks wist.
    Inmiddels blog ik weer voor mijn lol, teken en schilder ik vaak, spreek ik veel vaker met vriendinnen af en ga ik minstens één keer in de twee weken naar een spa met een vriendin. HEERLIJK!
  4. Ik was ontzettend, beklemmend onzeker over of ik wel een goede moeder was. Ondanks dat mijn kinderen vrolijk en gezond zijn en goed in hun velletjes zitten, vroeg ik mezelf minstens 2908x per dag af of ik wel genoeg voor ze deed. Ik gaf mezelf voor mijn donder als ik op mijn telefoon zat en voelde me schuldig als ze zelf aan het spelen waren, omdat ik daar dan geen deel van uit maakte. Inmiddels kan ik me daar niks meer bij voorstellen en lach ik mezelf met terugwerkende kracht ook wel een beetje uit. Ik bén een goede moeder, ook als ik de kinderen wel eens voor de tv plant om Llama Llama te kijken, zodat ik zelf even een tijdschrift kan lezen. En ook als ik ze zeg dat ze even moeten wachten als ze om drinken vragen, omdat ik zelf even bezig ben.
  5. Ik dacht altijd dat ik ontspande als ik op de bank ging liggen en mijn Twitter-, Instagram- én Facebook-timeline doorscrollde. Maar ik ben er inmiddels wel uit dat eindeloos op mijn telefoon bezig zijn voor het tegenovergestelde zorgt. “Oh shit, nog even dat mailtje beantwoorden!”. “Ah, die vriendin gaat vandaag op vakantie, ik moet haar nog een fijne reis wensen!”. Het werd iets dwangmatigs en ik merkte vaak dat ik mijn vermoeide ogen aan het pushen was om nóg meer informatie tot me te nemen. Wat is het een enorme opluchting dat ik mijn telefoon nu steeds vaker weg leg. Volgens mijn laatste iPhone-rapport gebruik ik ‘m 1 uur en 17 minuten per dag. Mijn doel is om onder het uur te komen.

Nu ben ik benieuwd, zijn bovenstaande puntjes enigszins herkenbaar?

No Comments Yet.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *