to top

Geen juf meer

In 2006 maakte ik de keuze om leerkracht te willen worden. Ik zag het al helemaal voor me: een bordje met “juf Betty” boven de deur van een gezellige, opgeruimde klas, vrolijk lachende kinderen die iedere ochtend weer de klas in komen, samen alle feestdagen beleven en ondertussen heel, heel veel leren. Ik zag al voor me dat mijn eigen kinderen later trots op school vertelden dat hun mama ook juf was en dat ik dan heerlijk iedere schoolvakantie met mijn eigen kinderen kon doorbrengen. Zoals je merkt: ik had een romantisch plaatje in mijn hoofd bij het onderwijs. 

Ongeveer 7 jaar heb ik mijn identiteit voor een deel laten afhangen van mijn (toekomstige) beroep. Ik volgde nieuwtjes over het onderwijs op de voet, probeerde overal een mening over te hebben. Ondertussen deed ik zo goed als ik kan mijn best en probeerde ik steeds nieuwe ideeën bedenken om mijn lessen effectiever te maken, om aan te sluiten bij alle verschillende kinderen en om een leuke, behulpzame collega te zijn. Ook was ik verschrikkelijk trots op het feit dat ik werkte op de school waar ik vroeger zelf als kind op had gezeten.

apple

Ik vond het vanaf het begin al zwaar en moeilijk om te volgen. Ik ben namelijk erg perfectionistisch (vooral als het om de toekomst van kinderen gaat) en het frustreerde me dan ook verschrikkelijk als ik mijn les niet goed genoeg kon aansluiten bij een bepaald kind. Ook had ik nooit het gevoel dat ik écht van alle kinderen precies wist wat ze allemaal al wel en niet konden, en hoe ik dan een volgende stap kon zetten. Zo kwam ik er, na heel lang oefenen met tellen bij een bepaald kind, achter dat hij niet goed kon knippen. Ik kon dan echt min of meer in ‘paniek’ raken, omdat ik het gevoel had dat ik gefaald had, omdat ik dat niet eerder had gemerkt, maar ook omdat ik niet wist waar ik de tijd vandaan moest halen om het kind ook nog te leren knippen! Het ging om kleine dingetjes, maar ik werd er heel erg door overweldigd.

Toch stond ik er over het algemeen in het begin positief in. Het was allemaal een kwestie van wennen en ervaring op doen. Dat hoorde ik van collega’s en dat wist ik zelf ook wel. Dus zette ik iedere dag weer mijn beste beentje voor, in de hoop dat ik ooit beter om zou kunnen gaan met dat overweldigende en onzekere gevoel en de vermoeidheid.

Ik had periodes van enorme motivatie, dan werkte ik keihard en genoot ik ervan om plannen te maken en die dan ook uit te voeren. Als een tornado ging ik mijn klas door om op te ruimen en schoon te maken en ik verzamelde in één middag allerlei materiaal voor de komende weken. Die periodes werden ook afgewisseld met momenten waarop ik het minder naar mijn zin had. Waarin ik gefrustreerd en moe was en alleen het hoognodige deed om een goede juf te zijn, maar geen stap meer. Die ongemotiveerde periode’s kwamen steeds vaker en duurden steeds langer. Ik heb zelfs een aantal keer bewust me geprobeerd in te zetten om mijn motivatie weer terug te krijgen. Zo bezocht ik de Nationale Onderwijs Beurs in de Jaarbeurs in Utrecht, waar ik volledig verdwaald voor mijn gevoel rondliep. Ook heb ik me opgegeven voor informatiemiddagen over het onderwijs, waar ik dan de meest ongeïnteresseerde puber van de klas leek.

Ondanks dat vond ik het heel erg moeilijk om aan mezelf toe te geven dat dit misschien toch niet mijn droombaan was. Ik had inmiddels zo’n goeie band opgebouwd met mijn collega’s en met de kinderen en hun ouders. Als kleuterjuf heb je kinderen minimaal twee jaar in de klas, de meesten 2,5 jaar. Dan ken je een kind en z’n ouders écht heel goed, vooral als je vier dagen in de week werkt. Ik hield me dan ook vast aan de momentjes op een dag waarin ik leuk contact had met kinderen en probeerde me niet teveel te focussen op mijn onzekere, gefrustreerde gevoel. Ook worstel(de) ik natuurlijk heel sterk met het gevoel: als het onderwijs toch niks voor mij is, wat dan in hemelsnaam wel?!

teacher

Maar die vermoeidheid kon ik niet negeren. Zoals ik al eerder schreef: ik had het gevoel dat ik gedurende de werkweek helemaal niet ‘leefde’. Ik overleefde vooral voor mijn werk. Buiten mijn werk kon ik bijkomen en deed ik zo vaak als ik kon leuke dingen. Als ik zuchtend tegen mijn vriendinnen vertelde dat ik de dagen aftelde tot de volgende vakantie, keken ze me verbaasd aan. Zij moesten het doen met vijf weken vakantie in een jaar (ik had er twaalf) en vonden dat prima. Zij hadden het wél naar hun zin op hun werk en waren niet iedere dag zo uitgeput als ik.

Toen moest ik toch de pijnlijke conclusie trekken dat het werk als juf niet echt bij mij paste. Samen met mijn loopbaancoach en heel veel steun van Maran, heb ik de knoop doorgehakt. Na bijna acht jaar lang keihard proberen om van het onderwijs mijn droombaan te maken, moest ik toch echt concluderen dat het dat niet was. En waarschijnlijk nooit is geweest.

(Sorry voor de suffe plaatjes, trouwens! Er valt niets fantsoenlijks te vinden wat rechtenvrij is en ik ga geen zelfgemaakte foto’s van school plaatsen ivm de privacy. Jullie moeten het dus maar doen met die appel!)

Leave a Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.